Autisme en aanverwante aandoeningen


Autisme en aanverwante aandoeningen

Van autisme en aanverwante aandoeningen is (nog) niet bekend waardoor zij veroorzaakt worden. De frequentie waarmee autisme voorkomt lijkt toe te nemen, net als die van (andere) aandachtsstoornissen en hyperactiviteit zoals ADHD (Attention-Deficit Hyperactivity Disorder). Dit maakt de noodzaak voor goede diagnostische en behandelmethoden voor autisme des te groter. Gelukkig staat het onderzoek naar autisme niet stil. De laatste jaren hebben nieuw onderzoek en uitwisseling van kennis geleid tot nieuwe inzichten, die aanknopingspunten bieden voor (aanvullende) diagnostiek en behandeling, die mogelijk tot verbetering van het ziektebeeld autisme kunnen leiden bij (een deel van) de personen met autisme of aanverwante aandoeningen en geven wij aan welke (laboratorium)testen behulpzaam kunnen zijn bij het bepalen van een behandeling voor autisme. Voedingsfactoren spelen een belangrijke rol evenals het immuunsysteem.

Autisme : communicatie met autisten

Autisme: Waar gaat het anders

In de hersenen van de personen die autisme hebben zijn verhoogde concentraties opioïden gevonden. Opioïden zijn peptiden (korte ketens van aminozuren) die zich binden aan opiaat receptoren of deze op andere wijze beïnvloeden. De voeding zoals tarwe (gluten) en melk (caseïne) zijn voedingsmiddelen die deze verhoogde spiegels kunnen veroorzaken. Bij tarwe is het peptide gliadomorphine en bij melkproducten is het peptide casomorphine. De verhoogde concentratie van deze ‘giftige peptiden’ is mede het gevolg van verminderde eiwit/peptiden afbraak in het maag-darmkanaal of verhoogde doorlaatbaarheid van de darmwand.

 Bij autisme worden veel tekorten of suboptimale spiegels gezien van vitaminen en mineralen/sporenelementen: Vitamine A, B vitaminen waaronder vitamine B6, magnesium, selenium en zwavel in de vorm van sulfaat. Ook aminozuren en vetzuren zijn belangrijk. Met de aminozuur analyse ziet men naast ongeveer 40 aminozuren zelf ( ca. 20 aminozuren zijn bouwstenen van de eiwitten) ook of de eiwitafbraak in de darmen optimaal is of niet. Daarnaast kan deze analyse in urine worden gedaan. Bijkomend voordeel is dat met deze analyse ook informatie beschikbaar komt over het functioneren van belangrijke vitaminen en mineralen.

Met de elementen analyse in bloed kan men tekorten aan (spoor)elementen opsporen maar ook een te hoge waarde van een aantal zware metalen. Bij kleine kinderen is bloed niet altijd raadzaam. Haar is bij kinderen een goed alternatief al is er een hoger risico op externe contaminatie.

Organische zuren in urine geven informatie over het metabolisme zelf. Verder worden voor de mens toxische organische zuren gemeten, die afkomstig kunnen zijn van in het menselijk lichaam aanwezige pathogene micro-organismen. De feces test analyseert de ontlasting op gezonde en pathogene micro-organismen(bacteriën, schimmels en gisten).

Bij autisme is in een aantal gevallen de meting van de biologische amines, ook wel neurotransmitters genoemd: dopamine, epinephrine (adrenaline), norepinephrine (noradrenaline) en serotonine van belang omdat zij de functie van de zenuwen beïnvloeden. De meting in de bloedplaatjes geeft de beste overeenkomst met de waarden in de hersenen.

Autisme en immuunsysteem

Vele nutriënten zijn van belang voor het immuunsysteem. Het functioneren van het immuunsysteem is bij autisme verstoord werd recent ontdekt door de arts en onderzoeker Bradstreet die vond dat veel kinderen met autisme te hoge waarden van het enzym nagalase hebben. Deze informatie van Bradstreet is ook tevinden op de website van HDRI die ook andere artikelen over Autisme bevat . Dit is een signaal van een verminderd immuunsysteem. Met GcMAF ontwikkelde hij een methode die het functioneren van autistische kinderen verder verbeterde.                                                                                                                                                              Besluit U van ons gebruik te maken dan kunt ons telefonisch bereiken via op 30-2871492 of 0622786920.